De drie musketiers.

maart 16, 2008

de-3-musketiers-2.jpg  Bladerend in oude fotoboeken, met van die zijdeachtige papiertjes tussen de pagina’s waarop een ragfijn spinnenweb in reliëf gedrukt stond en een lintje om de bladzijden te markeren, vond ik ineens deze foto terug.  Het jongetje met brilletje ben ik. We waren onafscheidelijke vriendjes. Men noemde ons “de drie musketiers”, één voor allen, allen voor één ! Van links te beginnen, Charelke, in ’t midden Jantje en ik. Het was op een zondag, na of vóór de mis, want we hadden ons “beste kostuumke” aan. De opname dateert van kort na de Tweede Wereldoorlog. Ik vermoed dat ik daar zo’n jaar of tien, elf moet geweest zijn.  Wat zou er van hen geworden zijn ? Nooit zag ik ze terug. Leven ze nog ? Wat is de tijd toch een raar fenomeen. Hier ligt iets vast wat ooit deel uitmaakte van mijn bestaan, een momentopname. Het is een stukje bevroren realiteit. Gezwind en blij te moede  stappen we gedrieën het leven tegemoet, niet vermoedend wat ons nog allemaal te wachten zal staan. Niets liet voorzien dat onze vriendschap ooit zou opgeslokt worden door het monster dat men realiteit noemt en dat meedogenloos is.  Wat hebben we samen een pret gehad en elkaar door dik en dun gesteund, onvoorwaardelijk trouw aan elkaar gezworen. We deelden alles. Er waren toen nog geen meisjes in het spel die van ons rivalen konden maken. Vrienden voor het leven, dachten we. Samen bezochten we s’zondags de bioscoop en leefden mee met de avonturen van Zorro of Tex Ritter, de zingende cowboy, of lazen de boeken van Karl May over Winnetou en Old Shatterhand die we dan naspeelden. Stiekem rookten we onze eerste sigaret, een pakje Amadis gekocht met onze gezamenlijke zondagscenten. Iedere zondagvoormiddag ging ik na de mis naar mijn grootvader om er mijn wekelijks zondagsgeld in ontvangst te nemen. Soms ging Jantje of Charelke mee. Dan kregen ze ook een kop chocolademelk of een lekkere koek. De vijf frank die me werd toegestopt verteerden we samen op de markt van Ledeberg, want daar was genoeg verleidelijks te vinden.  En wat was het toen nog rustig op straat. Op de achtergrond van de foto is een benzinepomp te zien en een enkele auto. Er was weinig verkeer want alleen de rijken bezaten een auto. Het gras groeide nog tussen de kasseien.  De straat waarin we ons bevonden is de Eggermontstraat, die recht op het Kerkplein loopt. De straat achteraan, die dwars op de Eggermontstraat staat, is de Hundelgemsesteenweg, die rechts naar de Sint-Lievenspoort en de brug over de Schelde loopt. Blijkbaar waren we op weg naar de kerk. Wie de foto genomen heeft weet ik niet meer zo heel zeker, maar ik vermoed dat het mijn tante Angèle was die altijd haar fotoapparaat bij zich had.  Een klein detail : Charelke droeg lederen handschoenen en Jantje en ik hadden een “stoeferken” in onze bovenste vestzakje. ’s Zondags waren we uitgedost als oude heertjes maar in de week liepen we er minder chic bij. Allemaal hadden we een hekel aan dat stijve zondagspak maar droegen er toch wel zorg voor er ongehavend terug mee thuis te komen. Dit moet in het voorjaar genomen zijn, te oordelen naar de lichte kledij van ons zowel als van de vrouwen op de achtergrond, die er duidelijk ook schik in hadden. Het was ons niet aan te zien dat we nog niet lang geleden vijf akelige oorlogsjaren achter de rug hadden. Vooral Charelke heeft het toen hard te verduren gehad en wist wat hongerlijden was.  Men zegt soms, het verleden is voorbij, maar dat geloof ik nu niet meer. Ik hecht meer waarde  aan het credo van Jeroen Brouwers, die beweert dat alles met alles te maken heeft en dat niets bestaat dat niet iets anders aanraakt…       


OVER VERHUIZEN EN ARCHIEVEN.

maart 12, 2008

file_cab.gif

  Altijd ben ik een verzamelaar geweest en kon ik heel moeilijk iets weggooien. Mijn echtgenote is in hetzelfde bedje ziek. Toen we van een ruim huis uit Gent naar een appartement in Oostende verhuisden, was dat een ware ramp. Het leeghalen van een woning waarin een gezin van vijf mensen ongeveer dertig jaar had gewoond is geen sinecure. Wat mag weg en wat niet ?  Er leek geen beginnen aan. Alle kamers zaten boordevol, van de zolder tot de kelder, met spullen die we niet meer gebruikten maar waarvan we nooit afstand konden doen. Dit of dat kon nog eens van pas komen, voor de kinderen later, voor de kleinkinderen…  

Mijn boekenkast besloeg een volle muur, gedeeltelijk met vrij nieuwe boeken en gedeeltelijk met oude vergeelde exemplaren die ik nooit meer zou herlezen. De keuze leek gemakkelijk, tot ik exemplaar per exemplaar in de handen nam, opensloeg en er eventjes in begon te lezen…  Dàt had ik nooit mogen doen ! Uren heb ik doorgebracht met alleen het sorteren van mijn boeken, terwijl het me op het eerste zicht een fluitje van een cent leek.  En toen was er nog al de andere onbestemde rommel waarvan we ons afvroegen waarom we die ooit bewaard hadden.  

Vermits we niet over een auto beschikten, konden we niets zelf naar het containerpark brengen. We zouden aan kennissen en vrienden vragen om eens langs te komen om eventueel mee te nemen wat hen interesseerde. Maar natuurlijk bleef er nog een ontzaglijke troep over waar niemand iets aan had, zelfs een uitdrager niet, of de Kringloopwinkel.  We zouden alles naar beneden brengen, te beginnen met de zolder en dan bekijken hoe groot de container moest zijn om er alles in kwijt te geraken.  

Enfin, die voorbereiding heeft maanden geduurd, want we moesten telkens vanuit Oostende per trein naar Gent rijden, steeds geladen bij de terugkeer met een volle caddie.  Wat we zelf konden verhuizen, in kleine hoeveelheden, namen we dus mee. Wat overbleef was voor de container. En er bleef inderdaad nog heel wat over, zodat we naderhand vreesden dat niet alles in die ene container kon die we inmiddels hadden aangevraagd. Het werd passen en meten en ieder gaatje diende gevuld. Uiteindelijk was het ons toch gelukt en konden we voor goed de deur achter ons sluiten.  Wat nog achterbleef was wat tuingerief die de nieuwe eigenaars best konden gebruiken. 

Maar inmiddels had zich in het appartement in Oostende een ander probleem voorgedaan. Al die dozen en pakken die we gedurende die maanden hierheen hadden gesleept moesten nu ergens opgeborgen worden. Opnieuw kwam onze woonst eivol te zitten. We hadden blijkbaar niet zoveel geleerd na al die jaren van verzamelen. Een hamster zou erbij verbleken. 

Sinds jaren bewaarde ik allerlei krantenknipsels en literaire bijlagen uit kranten in archiefdozen. Er waren tientallen van dergelijke dozen die nu weer een onderkomen op mijn kamertje moesten vinden. Alle kasten zaten reeds boordevol en de dozen diende ik noodgedwongen ergens op te stapelen, wat geen gezicht was. Mijn archief zo maar weggooien kon ik niet over mijn hart krijgen, want dat was de vrucht van jaren en jaren verzamelen. Achteraf zou ik daar bitter spijt van krijgen wist ik. Toen kreeg ik een lumineuze inval. Indien ik het hele archief eens in  mijn pc opsloeg ? Ik had een scanner en kon dus ieder document inscannen en opbergen in een virtuele map. Dit is een werkje van jaren geworden, maar uiteindelijk zit alles netjes opgeborgen op de harde schijf, en… voor de zekerheid, ook nog op enkele cd-romschijfjes extra. Het nieuwe materiaal wordt wekelijks toegevoegd, wat snel is gebeurd. Geen dozen meer met muf ruikende en vergeelde krantenknipsels, maar een praktisch archief, netjes op trefwoord, auteur, onderwerp enz. waaruit ik in een mum van tijd iets kan ophalen.  Dit ruimteprobleem was alvast opgelost en het was stukken praktischer dan al die archiefdozen waarin ik moest zitten rommelen op zoek naar een artikel, waarvoor ik weliswaar per doos een korte inhoud had gemaakt, maar dat toch nog altijd vrij omslachtig bleef.  Nu, met een druk op de knop kwam het gewenste knipsel tevoorschijn, netjes in Wordformaat en met bijbehorende foto’s of prentjes.  Leve de informatica ! 

Ik ging me na verloop van tijd toch  afvragen waarom ik die sisyfusarbeid gedurende ettelijke maanden had verricht als ik alles even gemakkelijk via het internet kon opzoeken ?  Maar niets is minder waar. Hetgeen je precies zoekt vind je niet op dat moment op het net en een eigen bijkomend archief kan redding brengen. Bovendien zaten de meeste artikelen ook nog eens in mijn hoofd en wist ik bijna met 99 procent zekerheid te zeggen dat ik over een bepaald onderwerp wel ergens een knipsel had verzameld. Mijn lange termijn geheugen werkte nog steeds feilloos in tegenstelling tot het korte. Met het klimmen van de jaren ga je terug in de tijd. Misschien kwam ik ooit nog eens bij mijn baarmoederverblijf uit…       


Warwas Dirie ?

maart 12, 2008

 Het kan me geen lor schelen wat men van mijn mening denkt, maar ik wil ze hier toch even luchten. Dat mens, die VN-gezante, die Waris Dirie, die heeft nogal kapsones. Je laat je politiebescherming achter je,  door met een taxi er vandoor te gaan. Naar een dancing bleek acheraf, terwijl de halve politiemacht van de stad naar je op zoek is. Daarna allerlei verhaaltjes verzinnen die geen kat gelooft. Achteraf ons land een beetje in diskrediet brengen door te zeggen dat wij héél erg vrouwonvriendelijk zijn hoor. Terwijl ze nota bene over vrouwenbesnijdenis moet komen praten. Sorry, wie wil wie een lesje komen leren ?  


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.